Egaliseren doe je zelf Egaliseren doe je zo.
Welke egaline?

Jij gaat zelf je vloer maken en je wil een mooie egale sterke vloer. Dat begint met  een goede basis. De basis is dat je coating goed hecht op de ondergrond. De ondergrond moet ook sterk genoeg zijn. Een zandcement dekvloer is bijna altijd van slechte kwaliteit. Doorgaans veel zand en weinig bindmiddel(cement) en kan zo gemakkelijk beschadigen bij belasting. Bijvoorbeeld stoelpoten die telkens verschoven worden. Je coating is daar tegen bestand, maar als je ondervloer de zwakste schakel is gaat het alsnog mis. 

Je kunt snel en simpel een goed basis realiseren door te egaliseren. Egaline is een zelf-nivellerende gietmortel die je giet over bestaande ondergronden om een egaal en aaneengesloten vloerveld te realiseren.  Egalines zijn er in veel verschillende soorten. Er is een groot verschil in kwaliteit. Waar moet je opletten? Waar zitten de verschillen? Niet altijd is de kwaliteit even belangrijk. Ga je bijvoorbeeld een tapijt, parketvloer verlijmen of een zwevende laminaat aanbrengen dan stel je andere eisen dan bij een coatingvloer. Bij een tapijt zie je de ondervloer niet mee terug. Deze verdwijnt letterlijk onder het tapijt. Dit is bij een coatingvloer wel anders.  Een coating is doorgaans 0,2-0,4 mm dik. En dan zie je alle oneffenheden, barsten en scheuren direct weer terug aan het oppervlak

Welke egaline onder een coatingvloer.

De keuze is reuze, maar welke is goed voor mij? Wat is nu belangrijk en waar moet ik op letten.

Bijn alle egalines zijn cementgebonden. De basis is doorgaans portlandcement gemengd met zand en nog een aantal toevoegingen om het goedje beter te laten vloeien en om de krimp te compenseren. Krimp ontstaat doordat het water verbruikt wordt door het bindmiddel( cement) en door verdamping. Omdat mortels een vaste structuur hebben onstaat er spanning in het materiaal. Dit leidt tot scheuren. Er wordt soms geprobeerd door slimme toevoegingen krimp te compenseren  maar daar hangt weer een prijskaartje aan. Sinds een aantal jaren is CSA cement op de markt. Dit bindmiddel heeft een aantal voordelen. Het heeft bijna geen krimp en een snelle sterkteontwikkeling. De sterkte van de vloer wordt uitgedrukt in 2 waarden. De druksterkte in N/mm² of een Cwaarde. Deze ligt meestal tussen C25 en C50. Dit zegt iets over hoe hard de vloer wordt. En een F waarde welke de buigsterkte weergeeft. Deze is eigenlijk nog belangrijker dan de druksterkte. De buigsterkte zegt iets over wanneer je vloer gaat barsten. Als de vloer doorbuigt of onder spanning komt te staan wanneer barst deze dan. Mortels zijn star en kunnen slecht buiging opnemen. 

Je hebt vast wel eens gehoord dat een vloer is verbrand. De toplaag is dan van slechte kwaliteit.  Het bindmiddel ( cement) heeft water nodig voor de chemische reactie. Aan het oppervlak verdampt het water sneller waardoor er een tekort ontstaat en zo een slechte toplaag. Bij traditionele hoogoven cement vormt zich vaak een cementhuid moet worden verwijderd voordat je een coating aan mag brengen. 

Nu het verwerken zelf. Waar zitten de verschillen. Het verschil in vloei eigenschappen. In de volksmond wordt de term egaline gebruikt. Maar hoe egaal wordt je vloer eigenlijk? Waar moet je op letten. Het is zeer belangrijk je aan de voorgeschreven waterhoeveelheid te houden. Vaak wordt er een ‘beetje’ meer water gebruikt om het materiaal beter te laten vloeien. Dit geeft meerdere problemen. Je krijgt minder druk en buigsterkte, meer krimp en een zachtere toplaag. Niet doen dus! Koop liever een goede egaline. Door meer water te gebruiken krijg je ontmenging en zakken de zware delen, (het zand) in het mengsel naar de bodem en de lichte delen gaan opdrijven. De hele samenhang is foetsie. Het ziet er op het eerste gezicht top uit maar schijn bedriegt. Na verloop van tijd ontstaan de problemen. 

Luchtbellen in het mengsel stijgen naar het oppervlak. Zorg tijdens het mengen dat je niet te veel lucht insluit. Gebruik een speciale egaline garde om te mengen en een prikroller om nog eens te ontluchten om z.g. luchtbellen ( pinholes) te voorkomen.

Laagdikte en bereik. Waarom is dat belangrijk? Waarom is er een minimale laagdikte en waarom een maximale? Mortels worden ontworpen voor specifieke doeleinden. De samenstelling bepaald de eigenschappen. Een egaline moet vooral goede vloei-eigenschappen hebben. De minimale laagdikte hangt vooral af van de gebruikte korrelgrootte van het zand. 1mm is doorgaans wel het minimum. Dit betekent dat de maximale korrel grootte kleiner moet zijn dan 1mm. 

Allemaal redenen toch eens goed te kijken naar de egaline. 

Wensenlijst:  

  • voldoende druksterkte
  • voldoende buigsterkte
  • geen krimp
  • snelle droging en snel te coaten
  • uitstekende vloei eigenschappen
  • ruim bereik gietbare laagdikte 
  • mooie toplaag, geen cementhuid en glad resultaat